Wie een reis naar de Loirestreek plant, komt al snel twee namen tegen: Anjou en Touraine. Het zijn de historische landstreken rond Angers en Tours, en ze liggen pal naast elkaar. Toch voelen ze anders aan. Kies je een vaste uitvalsbasis voor een week, dan helpt het om te weten wat elk gebied je biedt. In dit artikel zetten we de verschillen op een rij, zodat jij kunt kiezen wat het beste bij je reisplan past.
Waar ligt de grens?
Anjou valt grofweg samen met het huidige departement Maine-et-Loire, met Angers als hoofdstad en Saumur als tweede stad. Touraine is het gebied rond Tours en komt grotendeels overeen met Indre-et-Loire. De grens tussen beide ligt bij de samenvloeiing van de Vienne en de Loire. Het dorpje Candes-Saint-Martin hoort nog bij Touraine, het buurdorp Montsoreau al bij Anjou. Je kunt er dus letterlijk met één voet in elke streek staan, met uitzicht op de traditionele platbodems die op de rivier liggen.
Touraine: de klassieke kastelenroute
Touraine wordt vaak de tuin van Frankrijk genoemd. Hier liggen veel van de kastelen die je van ansichtkaarten kent: Chenonceau over de Cher, de tuinen van Villandry, Azay-le-Rideau op zijn eiland in de Indre, en het koninklijke kasteel van Amboise met daarnaast het Clos Lucé, waar Leonardo da Vinci zijn laatste jaren doorbracht. Ook Chinon, met zijn middeleeuwse vesting boven de Vienne, ligt in Touraine.
Het voordeel van Touraine is de dichtheid. Vanuit Tours of Amboise rijd je binnen een halfuur naar meerdere topkastelen. Dat maakt de streek ideaal als je voor het eerst komt en zoveel mogelijk bekende namen wilt zien. Het nadeel is dat het hier in de zomer ook het drukst is.
Anjou: tufsteen, abdijen en rust
Anjou voelt wat ruiger en minder gepolijst. Het landschap rond Saumur is doorzeefd met grotten in het witte tufsteen, de tuffeau. Daar zitten wijnkelders, champignonkwekerijen en complete rotswoningen in. Bij Doué-la-Fontaine en Rochemenier vind je zelfs troglodytendorpen die in de vlakke grond zijn uitgehakt.
Cultuurhistorisch is de Abdij van Fontevraud een hoogtepunt. In de abdijkerk liggen de graftombes van Hendrik II van Engeland, Eleonora van Aquitanië en Richard Leeuwenhart. Angers zelf heeft een machtige vesting met zeventien torens en het beroemde Apocalypse-wandtapijt. Wie van musea, middeleeuwse geschiedenis en wat minder drukte houdt, zit in Anjou goed.
Wijn: twee verschillende karakters
Beide streken maken wijn, maar elk met een eigen accent. In Touraine proef je Vouvray en Montlouis van de chenin blanc, en rode wijn van cabernet franc uit Chinon en Bourgueil. In Anjou draait het om Saumur-Champigny, de zoete Coteaux du Layon, de droge Savennières en de mousserende wijnen uit Saumur, die in de tufsteenkelders rijpen.
Ben je vooral geïnteresseerd in mousserende en zoete wijnen, dan is Anjou een logische keuze. Zoek je rode wijn bij een kasteelbezoek, dan zit je in Touraine prima.
Welke streek past bij jou?
Een paar vuistregels helpen bij de keuze:
- Eerste keer Loire en veel kastelen willen zien? Kies Touraine, met Tours, Amboise of Chinon als basis.
- Liever rust, grotten en wijnkelders? Kies Anjou, met Saumur of een dorp langs de Loire als basis.
- Met de fiets? Beide liggen aan de Loire à Vélo. Het traject tussen Saumur en Chinon is een mooi overgangsstuk.
- Met kinderen? Touraine heeft meer kastelen met speelse tuinen, Anjou meer grotten en ondergrondse uitstapjes.
Combineren is ook prima
Omdat de grens zo dichtbij ligt, hoef je niet strikt te kiezen. Overnacht je bijvoorbeeld rond Chinon of Saumur, dan heb je beide streken binnen handbereik. Een paar dagen kastelen in Touraine en daarna een paar dagen grotten en wijn in Anjou is een combinatie die goed werkt. Wil je na Touraine door naar de grootste stad van Anjou, lees dan onze gids over Angers.
Eind september is trouwens een fijn moment om dat zelf te ontdekken. De wijnoogst is in volle gang, de zomerdrukte is voorbij en de meeste kastelen zijn nog op hun ruime openingstijden.

















